EDIT: Even geduld terwijl er nog hard aan de historiek wordt gewerkt. Op dit moment kunnen we je twee pagina's aanbieden die speciaal wat zijn aangepast voor het internet en wat ingekort voor een eerder snelle leeservaring. Met dank aan Bart Joye voor de oorspronkelijke tekst.

 

Priester D'Artois, de eerste priester van de Sint-Jozefparochie, lag in 1898 aan de basis van de Volksharmonie. Zijn vriend Guillaume Vanmaele leidde in het naburige Halewijn een groepje van een twaalftal muzikanten: de 'Harmonie Populaire'. D’Artois haalde Vanmaele naar de Barakken waar hij in de 'Rue de Reckem' (huidige Moeskroenstraat) uitbater werd van de herberg 'A la clé de sol'. Zijn muzikanten volgden hem, werden aangevuld en zijn herberg werd een repetitielokaal. Meteen was zo 'het muziek van de Barakken' geboren. De naam Harmonie Populaire werd na enkele jaren vervangen door Volksharmonie. Op hun eerste Sint-Ceciliaviering in 1898 telde de groep 25 muzikanten en in 1900 kreeg de harmonie haar eerste vlag.

 

Groepsfoto 1900

 

Nadat priester D’Artois in 1905 een plotse dood gestorven was, werd priester D’Hoore de nieuwe proost van de harmonie. In datzelfde jaar kreeg de harmonie een eerste teken van eenheid, namelijk een strohoed. In 1907 gaf de Volksharmonie haar eerste alleenstaande concert. De jaren daarvoor verzorgde de harmonie enkel de ouverture van traditionele toneelavonden. In 1908 verschenen de muzikanten voor het eerst in uniform. De harmonie werd doorheen deze jaren geleid door dirigent Vanmaele tot hij in 1913 vertrok naar Tourcoing. Tijdens de oorlogsjaren 1914-1918 werd alles vernietigd. Leden sneuvelden of vluchtten, kledij en instrumenten verdwenen.

 

In 1920 echter begon de heropstanding door toedoen van Priester Verfaille. Hij zorgde onder andere voor een tweede uniform en zonder zijn financiële steun en inzet was er wellicht nooit meer sprake geweest van een harmonie. Heliodore Soenen, toen reeds dirigent van ‘Eigen Schoon’ uit Wevelgem, werd de nieuwe dirigent. Tot op vandaag zal de naam Soenen niet meer uit de harmonie verdwijnen. Hij bracht zijn zonen Adelbert en Herbé mee naar de harmonie. In 1922 werd Emiel Lannoy, tot hiertoe vaandeldrager, voorzitter van de harmonie en in 1925 werd Adelbert Soenen 'leermeester' van de harmonie. Hij leerde jongeren een instrument aan en dit zou kort na WOII tot het ontstaan van de jeugdharmonie leiden.

 

Groepsfoto 1924

 

Het decennium 1930-1940 werd gekenmerkt door de crisis die WOII voorafging en ook voor de harmonie had dit zijn gevolgen. De samenhorigheid verdween, het ledenaantal daalde en de afwezigheden op de wekelijkse repetities namen toe. Er kwam sleet te zitten op het tweede uniform maar door kasproblemen werd de aanschaf van een nieuw uniform uitgesteld. Op het Sint-Ceciliafeest in 1935 kreeg de harmonie wel een nieuwe vlag. In 1930 had de harmonie de titel ‘Koninklijke’ aangevraagd maar om deze titel te bekomen moest men gerangschikt worden in de categorie Eerste Divisie. Daarom nam de harmonie in 1937 met succes deel aan een muziekwedstrijd om opgenomen te worden in de Tweede Afdeling. De harmonie was nog 1 categorie verwijderd van de afdeling die hen de titel zou opleveren. En net toen ze zich daartoe echter bekwaam achtten, brak WOII uit.

 

In tegenstelling tot WOI bleef de werking tijdens WOII verzekerd, zij het op een laag pitje. Onder leiding van Heliodore Soenen bleef een handvol muzikanten de wekelijkse repetities volgen, maar de oorlogsjaren werden getekend door het verlies van enkele steunpilaren. In 1943 stierf Heliodore Soenen, hij was meer dan 20 jaar dirigent geweest van de Volksharmonie. Zijn zoon Herbé Soenen volgde hem op. Hij zou later ook dirigent worden van de harmonie 'Onder Ons' van Wervik. Ook onderdirigent Ernest Favoreel en voorzitter Emiel Lannoy lieten het leven in de daaropvolgende jaren. Het menselijk verlies was groot, maar materieel kwam de harmonie WOII goed door. Instrumenten en partituren bleven gespaard en zodoende kon de heropbouw snel starten.

 

Ondertussen kwam de jeugdharmonie onder leiding van Adelbert Soenen in volle bloei. In 1947 gaf de jeugd hun eerste concert in het stadspark 'Bois de Boulogne'. De daaropvolgende jaren groeide de jeugdharmonie uit tot een groep van zo'n 50 jonge muzikanten die in 1950 de eerste prijs behaalde op een muziekwedstrijd te Lichtervelde. Willy Soenen, 13 jaar oud, speelde er een solowerk op trompet.

 

Jeugdharmonie 1948

De grote harmonie was niet zo gelukkig met het succes van de jeugdharmonie. Men vond dat het oorspronkelijk doel van 'recrutering en opleiding' over het hoofd werd gezien. De jeugdharmonie was een harmonie op zich geworden. Uiteindelijk werd de jonge groep muzikanten ontbonden en bij de grote harmonie ingelijfd.

 

1948 werd een heus feestjaar voor de Volksharmonie. De vereniging bestond 50 jaar, had twee wereldoorlogen overleefd en stond sterker dan ooit. Ter gelegenerheid werd een korte historiek uitgegeven in boekvorm door Arnold Joye. In datzelfde jaar nam de Volksharmonie deel aan een 'Wedstrijd in Stapmarschen' te Oostende en behaalde er een eerste prijs in de afdeling Uitmuntendheid. Voor de tweede keer in de geschiedenis dook het idee op tot het behalen van de titel ‘Koninklijke’. Daartoe werd eredirigent Frederic Van Ackere aangesteld. Na twee jaar repeteren onder zijn leiding nam de harmonie deel aan het Interprovinciaal Muziektornooi te Lichtervelde in augustus 1951. Met een score van 91,3% werd de Volksharmonie opgenomen in de Eerste Afdeling/Divisie. Bijgevolg werd de vereniging bekroond met de titel ‘Koninklijke’ bij het K.B. van 3 december 1951. Eredirigent Frederic Van Ackere had zijn taak volbracht en gaf het dirigeerstokje opnieuw door aan Herbé Soenen.

 

Volksharmonie 1948

 

Hoewel de muzikanten in een derde nieuw uniform verschenen, afbetaald door een gelegenheidsorkest onder leiding van Herbé Soenen, kende de harmonie begin de jaren '60 opnieuw een moeilijke periode. De opkomst van televisie had een serieuze weerslag op het verenigingsleven en het ledenaantal daalde zienderogen. Door het feit dat Herbé Soenen ook dirigent was te Wervik, liet hij beide korpsen vaak samen opstappen. Dit werd in een bestuursvergadering in 1963 in vraag gesteld. Het werd volgens Herbé onmogelijk voor de Volksharmonie om alleen op te treden zonder een mal figuur te slaan. Toch bleef de harmonie overeind.

 

In 1965 echter overleed Herbé Soenen totaal onverwacht. Herbé was 21 jaar dirigent geweest van de harmonie, waarvan hij sedert 1920 lid was. In Wervik volgde zoon Willy Soenen zijn vader op als dirigent en de Volksharmonie viel onder leiding van broer Adelbert Soenen.

 

De verdere historiek volgt gauw...